Home
Home Over ons Workshops Links Reviews GPS info Gastenboek Contact Zoeken
  Oude Steengroeve

Volg GPSwalking op Twitter



Korte beschrijving

Zoals al veel jaren hebben we het voorjaar doorgebracht op de boererij camping Kortschot in Winterswijk. Niet voor het eerst en waarschijnlijk ook niet voor het laatst. Kortschot is een gezellige kleine camping met prima voorzieningen in een prachtig gebied.

We zijn gaan wandelen rond de oude steengroeve van Winterswijk. Een leuke afwisselende wandeling door een gebied waarover veel te vertellen is. Je kunt je bijna niet voorstellen dat heel lang geleden dit gebied onder water stond. Het was zee. Maar ook over recentere tijden is er het nodige te vertellen. Een sage laat zien hoe gevaarlijk het leven kon zijn in de middeleeuwen.

Vandaag de dag is het een rustig gebied waar je zonder gevaar lekker kunt wandelen en kunt genieten van al het moois dat je onderweg tegenkomt. Maar met de geschiedenis in gedachte wandelt het net wat leuker.


Routebeschrijving

Een GPS wandeling van 13 km bij de Oude Steengroeve van Winterswijk.
De route is 13 km lang en kan worden ingekort tot 7 km.
Ook is er een WPT en RTE file beschikbaar.
De route is goed begaanbaar maar niet geschikt voor mensen in een scootmobiel.
In het begin van de route komt u een leuk terras tegen. Door de route andersom te lopen bewaard u het terras tot aan het einde van de wandeling.
Er is een WPT-RTE route beschikbaar.
De Steengroeve is open uitsluitend op de 1e zaterdagen van april t/m oktober van 09.00-16.30 uur. U moet zich uiterlijk een week van te voren aanmelden.

 


  De kenmerken
  startpunt Winterswijk
  positie Gelderland, Nederland. Co√∂rdinaten: N51.961367 E6.776236
  afstanden 13.0 km, 7 km,
  type Bos/Open landschap
  begaanbaarheid Goed
  scootmobiel Ja
  honden Gedeeltelijk aangelijnd
  horeca In naburig dorp
  Datum wandeling 03-10-2010

  Langere beschrijving
 

We lopen deze wandeling vanaf Camping Kortschot (zie ons sfeerverslag).

We starten bij de oude Steengroeve waar voldoende parkeerplaats is voor een paar auto's. Het voordeel is dat we direct een blik kunnen werpen op de oude Steengroeve. Helaas mogen we er niet in, en dat doen we dan ook niet.

We besluiten de route rechtsom te lopen. Hierdoor komen we al snel een leuk terrasje tegen. Natuurlijk kunt u de route ook linksom lopen. Dan bewaard u het terras voor het laatst.

Direct al bij het begin van de wandeling komt u een aantal informatieborden tegen. Ook onderweg staat er geregeld een bordje.

Steengroeve
Gerrit Jan Hannink vervoerde in de jaren 20 van vorige eeuw met zijn vrachtwagen stenen van Duitslan naar Nederland. Die werden gebruikt als wégverharding. Maar waarom die stenen van zover halen als de bodem in Winterswijk er vol mee zit, dacht Hannink. In 1932 werd de Steengroeve feestelijk geopend.

Als paklaag voor de wegenbouw bleek het materiaal echter te snel te verweren. Daarom werd de kalk een tijd lang alleen als meststof voor de landbouw benut. Na WO II werd het alsnog voor de wegenbouw geschikt gemaakt, door het te vermalen.Vermengd met zand, grind en bitumen vormt die vulstof nu de basis voor onze asfaltwegen.

In 1961 werd de Steengroeve onderdeel van de Ankersmit-groep in Maastricht, één van de peilers van het latere Ankerpoort. Hoewel de fabriek in niets meer lijkt op het bedrijf van de beginjaren, zijn de basisprocessen vrijwel onveranderd gebleven.

De Steengroeve, in totaal 27 hectare, bestaat uit drie putten. In Groeve I (vooraan) is geen activiteit meer. Groeve II (rechtsboven) is overgedragen aan Staatsbosbeheer. Alleen in Groeve III (midden), wordt nog kalk gewonnen. De herinrichting van een uitgemijnde groeve gebeurt in nauw overleg met de overheid. De dekgrond wordt uiteraard hergebruikt. Daarna herneemt de natuur snel haar rechten.

Een veelzijdige grondstof
Het grondstoffen pakket in de Steengroeve, de Muschelkalk, is ± 35 meter dik en bestaat uit vier lagen. Doordat er selectief gemijnd wordt, ontstaan er verschillende plateaus.
Onder de bovenlaag (zandige keileem met veel zwerfstenen) vinden we:

Kalkige mergel, die dient als meststof voor de landbouw, tegen verzuring.Kleiïge mergel (± 2 meter dik), voor de aardewerkindustrie zoals Makkums aardewerk. Ook gebruikt als pigment of grondstof voor glazuur in de keramische industrie.Wellenkalk (± 25 meter dik), is met name geschikt als vulstof voor asfalt en beton. Wellenkalk wordt gebruikt in zoab en is ook verwerkt in de landingsbanen van Schiphol.

Druk verkeer op Winterswijkse grond!

 

Verwerking van de Muschelkalk
Nadat de bovengrond is verwijderd, wordt de kalksteen losgemaakt en per vrachtauto naar de fabriek vervoerd. Eerst worden de brokken in een hamerbreker gebroken, dan in een droogtrommel gedroogd en vervolgens vermalen in een kogelmolen. Het resultaat is een fijn poeder dat kan worden gemengd, met andere producten. Kalk kan als minerale grondstof niet worden gemist. Omdat het een schaars product is, is Ankerpoort voortdurend op zoek naar alternatieven. Voorlopig blijft deze groeve nog noodzakelijk.

Uniek in Nederland
Miljoenen jaren geleden werd kalkrijk slib door de rivieren afgezet in een ondiepe zee. Door geologische krachten en erosie is deze afzetting hier in een smalle strook aan de oppervlakte gekomen. Dat is uniek in Nederland want Muschelkalk ligt gewoonlijk veel dieper. In de kalksteen komen zowel mineralen als fossielen voor. Aanwezig zijn onder meer pyriet, loodglans en coelestien. Naast schelpafdrukken en sporen van kreeftachtigen en visresten zijn voetsporen en skeletdelen van vroege sauriërs gevonden. Doordat de verschillende geologische formaties hier zo duidelijk te zien zijn, wordt Winterswijk wel de gemeente met de geologische mozaïekvloer genoemd.

Toegangsmogelijkheden groeve
Voor informatie over een bezoek aan de groeve - onder leiding - en deelname aan geologische excursies kunt u zich richten tot de VW te Winterswijk tel. 05430 -12302.
Voor het overige zijn alle groeven niet vrij toegankelijk voor het publiek.

Museum
In Museum Freriks, Groenloseweg 86, bevindt zich een uitgebreide collectie van vondsten uit de steengroeven.

Amfibieën en reptielen
Ondoorlatende keileemlagen in de omgeving van de groeve(n) voorkomen dat het regenwater wegzakt in de bodem, waardoor verdroging beperkt blijft. Op sommige plaatsen komt water uit de wanden dat samen met neerslag de groeve zou vullen. Dit wordt voorkomen door regelmatig te pompen. Staatsbosbeheer wil door beheersing van het waterregime - tot een bepaald niveau - ondiepe waterplassen behouden en/of creëren. Amfibieën, reptielen en insekten vinden in dit mineralen- en kalkrijke water een optimaal leefgebied.

Staringputjes
Halverwege de vorige eeuw werd ten oosten van Winterswijk kalksteen in de bodem gevonden. De in het terrein nog aanwezige putjes werden genoemd naar de geoloog W. Staring, zoon van de bekende dichter. De kalk bleek geen 100 miljoen jaar oud te zijn, zoals eerst werd verondersteld, maar ruim 240 miljoen jaar. Dit constateerde de Duitse geoloog G. Muller in 1904 met behulp van fossielen uit de kalk. Het ging om de zogenaamde Muschelkalk uit het Trias tijdperk.

Mest en asfalt
De ontdekking van de kalksteen was niet alleen voor geologen interessant. De kalk bleek onder meer zeer geschikt als meststof in de landbouw.

Vanaf 1932 wordt kalksteen gewonnen door de N.V. Winterswijksche Steen- en Kalkgroeve. De eerste en oudste groeve ligt achter de fabriek. Van de groeven - die zijn genummerd in volgorde van ingebruikneming - zijn de derde en vierde groeve nog in bedrijf. De kalksteenbrokken worden gedroogd en gemalen.

De fijne kalk wordt nu voor 85% gebruikt als vulstof in asfalt en voor 15% als kalkmagnesiummeststof.

Placodus
Vandaag precies 230 miljoen jaar geleden lag Winterswijk in de Muschelkalkzee, een ondiepe, rustige Waddenzee die een inham vormde van de onmetelijke Thetys-oceaan.

Op het modderige wad dat rondom het 'Rijnse eiland' lag, leefden de oudste diersoorten die we in Nederland kennen.

De fossiele resten van deze heel vroege amfibische sauriërs zijn, dertig meter diep, vrijgelegd in de groeve. Placodus was te herkennen aan de rugkam. Hij at bij voorkeur kreeft en schaaldieren en kwam maar af en toe aan land.

Het klimaat was er subtropisch. In de zomer konden grote delen van het wad uitdrogen, de krimpscheuren zijn nu nog terug te vinden in de groeve. Soms zijn in die gestolde klei ook loopsporen van sauriërs vastgelegd.

Nothosaurus, een klein levendig reptiel, was de belangrijkste onder hen. De hier ontdekte Nothosaurus, kreeg zelfs een eigen soortnaam, Nothosaurus Winterswijkensis. Nothosaurus joeg op vis en alles wat er toevallig verder langs kwam zwemmen. Daarna lag hij graag urenlang lui op het strand te zonnen. Zijn bestaan lijkt op dat van een hedendaagse zeehond in de Waddenzee.

Het sauriërwad kende meer vreemde kostgangers. Een jonge Tanystropheus of 'giraffenhalshagedis' draait verstoord de lange nek om. Ook de zonnende Metoposaurus (kikker of krokodil?) monstert waakzaam met zijn linkeroog.

Uit een onmogelijke ontmoeting met zonnende zeehonden, leren we hoe 'groot' Nothosaurus eigenlijk was. Als schijnbaar laatste lid van een uitgestorven prehistorische familie, leeft nu alleen nog de levendbarende hagedis in de groeve.

We genieten niet alleen van alle oude verhalen over dit gebied. Maar ook van de vele leuke boerderijen die pitoresk in het landschap staan. Sommige verscholen, anderen open en bloot.

 

Ratum
Ratum is het buurtschap met de meeste scholtengoederen, onder andere Hesselink, Leeferink, Brörink, Boeijink en het scholtenhuis van Ratum. Ook zou er in het verre verleden een kapel hebben gestaan.

Dit buurtschap is landschappelijk een juweel en u vindt er net als elders in Winterswijk diverse boerderijterrasjes met eigen producten zoals, boerderij-ijs, koffie met eigen gemaakte cake of een melktap.

Williinkbeek
De Williinkbeek vormt samen met de Ratumse Beek een aangelegd afwateringssysteem. Ca. 10.000 jaargeleden is de oorspronkelijke beekloopr gelegen langs de Rotweg,door de vorming van een reeks stuifduinen geblokkeerd geraakt, waardoor natte gebieden ontstonden. Aan het einde

van de Middeleeuwen was er de behoefte deze gebieden te ontwateren. Dat men zich toen weinig aantrok van de opbouw van de ondergrond wordt hier geïllustreerd. De Willinkbeek is hier, over een grote lengte uitgegraven in oud gesteente, de Muschelkalk uit deTrias-periode, ca. 210 miljoen jaar geleden.

We komen bij een uitkijkplatform aan. Het landschap voor ons lijkt vrij saai. maar er valt toch het nodige over te vertellen. Een groot informatiebord geeft uitleg.

 

 

Uitzichtplatform
De uitzichttoren biedt een zicht op het landschap naar het zuidwesten, het westen en het noorden en geeft een overzicht van een zeer interessante geologische structuur. Binnen het gezichtsveld komen verschillende klei-, zand- en gesteentelagen uit een geologisch verleden van meer dan 200 miljoen jaren oud tot zeer dicht onder de oppervlakte.

Het huidige landschap is gevormd na de ijstijd, vanaf ca. 130.000 jaar geleden tot in de recente tijd. De geologische componenten van het oudere verleden schemeren echter in het huidige landschap door. Het terreinreliëf is hierdoor in hoge mate bepaald.

De uitzichttoren is geplaatst op een van WNW naar OZO gerichte hoogte, die samenvalt met een gecompliceerde breukzöne in de aardkorst, een zogenaamde "opschuivingsbreuk". Deze breukzöne is ontstaan aan het einde van het Krijt en het begin van het Tertiair (zie de tijdschaal), ca. 60 tot 70 miljoen jaar geleden, doordat het noordelijk gedeelte geleidelijk over het zuidelijk deel begon te schuiven.

Het gedeelte ten noorden van de hoofdbreuk (60 meter ten noorden van de uitzichttoren) kwam daarbij zo'n 1.000 meter omhoog. Het is dan ook in dit gedeelte dat in de Diepboring Plantengaarde (570 meter ten noorden van de uitzichttoren) op relatief geringe diepte steenzout (Zechstein) en steenkool (Carboon) werden aangetroffen.

Ten zuiden van de hoofdbreuk bevinden zich juist tot grote diepte veel jongere gesteenten van Jura en Krijt. De breukzone zelf bestaat uit een ca. 100 meter brede baan met gemengde brokstukken van gesteenten die ter plaatse door de grote krachten verbrijzeld zijn.

Op 370 meter ten ZZW van de uitzichttoren bevindt zich in de ondergrond een tweede opschuivingsbreuk, wellicht van iets oudere datum. Er bestaan nog vele gewone breuken, maar deze blijven in dit overzicht buiten beschouwing. Ten zuidwesten van de uitzichttoren is een laagte te zien, waarin de Kottenseweg is gelegen. In deze laagte zijn afzettingen van het Krijt aanwezig, de zogenaamde Kottense kalksteen, met een ouderdom van 90 tot 100 miljoen jaar.

Als gevolg van uittredend kwelwater is hierin na de ijstijd een belangrijke beek ontstaan, de Boven Slinge. De hoogte daarachter, 750 meter naar het zuidwesten, bestaat uit tertiaire klei (ca. 35 miljoen jaar oud) en daaronder afzetting en van de Dogger, ca. 168 miljoen jaar oud.

De noordoostrand van deze hoogte, waar u dus tegenaan kijkt, vertegenwoordigt een breuk in de ondergrond.

Als u naar het NW kijkt, ziet u achter de hoogte waar de uitzichttoren op staat een uitgebreide laagte, juist in het gebied waaronder de gesteenten van de Zechstein en het Carboon in het verleden zo sterk omhoog gekomen zijn. Deze laagte is door bodemdaling in het recente geologische verleden ontstaan. Twee mechanismen hebben in deze bodemdaling een rol gespeeld: ten eerste het oplossen door grondwater van het hier op enkele honderden meters diepte aanwezige steenzout en ten tweede de gevolgen van het uiteendrijven van de continenten, waardoor de aardschollen die aanvankelijk tegen elkaar botsten, juist weer uiteendrijven, waardoor in de oude breuken ruimte ontstaat met bodemdaling als gevolg. Dit proces is halverwege het Tertiair (22 miljoen jaar geleden) begonnen, maar vond vooral plaats aan het einde van het Tertiair, zo'n 2 miljoen jaar geleden en zet zich nog iets door tot in de huidige tijd.

Inmiddels zijn de tertiaire afzettingen in deze laagte al zon 100 meter gedaald ten opzichte van de omgeving. In de verte, in noordelijke richting, loopt het reliëf weer wat omhoog, hier zijn de gevolgen van de jongere bodemdaling geringer, zijn de tertiaire afzettingen dus dunner en is de Bontzandsteen (215 miljoen jaar) al op enkele tientallen meters diepte aanwezig. Op een afstand van 2000 meter naar het NNO bevindt zich de steengroeve, waarin Muschelkalk (210 miljoen jaar) aan de oppervlakte komt.

Zie voor alle duidelijkheid het overzichtsprofiel. De locatie van dit profiel is op de kaart aan-gegeven en bevindt zich op 350 m ten NW van de uitzichttoren. Vanaf de toren kijkt u er als het ware tegenaan.

Onderweg zien we telkens kleine hoogteverschillen. Mooi voor de foto.

 

 

"Saksische" boerderijen
De oude boerderijen staan vrijwel allemaal met de deel naar de wegkant. Vanaf de weg kon de boer zo via de grote deuren van de deel de landbouwgewassen kwijt. Veel authentieke boerderijen in dit gebied zijn voorzien van geveltoptekens en een rood-geverfde houten topgevel. Karakteristiek is ook de knik in het dak. De geveltoptekens (waarvan verderop in de route ook nog een aantal fraaie exemplaren is te bewonderen bij de Grote en Kleine Horst), zijn afgeleid van Oudgermaansesymbolen, oorspronkelijk bedoeld om allerlei onheil te bezweren. De rode verfstof voor de houten topgevel verkreeg men oorspronkelijk door ijzererts uit de venen en moerassen in de buurt fijn te malen en te vermengen met biest (= eerste melk van een koe na het kalven). Dit mengsel wordt bonnis genoemd.

Diepboring Plantegaarde
In navolging van het geologisch onderzoek naar het voorkomen van delfstoffen in europese landen als Duitsland, België en Frankrijk werd in Nederland onderzoek verricht door de Dienst der Rijksopsporing van Delfstoffen in de periode 1903 -1916. Dit heeft geleid tot de vondst van steenkool en zout. Hieruit is een vervolgonderzoek voortgekomen in de periode 1920 -1923, waarbij in Corle ten westen van Winterswijk voor het eerst in Nederland olie werd aangetroffen.

In de jaren 1908 -1909 werd door de Nederlandse Maatschappij tot het Verrichten van Mijnbouwkundige Werken in opdracht van de "Rijksopsporing" op de locatie 25 meter achter deze vitrine een diepboring uitgevoerd tot 1134,01 meter diepte, bekend als Diepboring Plantegaarde.

Bij een diepte van 455 meter werd voor het eerst in Nederland steenzout aangeboord en bij 695 m. diepte nogmaals. ( Zie de in deze vitrinekast aanwezige notitie uit het Jaarverslag over 1908 van de "Rijksopsporing"). Op 1029,30 m. diepte werd het "Productief Carboon" aangeboord met in totaal vijf steenkoollagen ter dikte van 45, 123, 123, 85 en 43 cm. De boorkern is uit Diepboring Plantegaarde afkomstig en onlangs gevonden in de vroegere afvalput van de boring bij het verbreden van de sloot. Het is z.g. "Zechstein - dolomiet" en afkomstig van ca. 435 meter diepte.

Als gevolg van de zeer complexe geologische struktuur van de ondergrond rond Winterswijk is het nooit daadwerkelijk tot winning van steenzout en kolen gekomen.

We komen ook een sage tegen. Het laat zien hoe gevaarlijk het was in vroegere tijden. Het huisje zelf hebben we niet op de foto kunnen zetten.

 

 

Passantenhuisje
Uit: H. Krosenbrink. De oele röp. Aalten 1968.

Bij scholte Hilbelink hadden ze vroeger nachtslapers. Het rondtrekkende volk kon daar overnachten in een schuur, die vlak bij het huis stond. Daar werd dan ook druk gebruik van gemaakt. Ze kregen er ook nog wat te eten en trokken dan de andere dag verder. Daar zat van alles tussen dat volk. Goede en slechte lui. Scholte Hilbelink handelde vroeger in linnen, dat regelmatig naar de markt in Deventer werd gebracht, 't Was gevaarlijk reizen in die dagen, vooral wanneer je een beetje geld bij je had.

Op een keer werd Hilbelink tussen Deventer en Lochem aangehouden door iemand, die kennelijk een rover was. Die keek hem goed aan en werd toen heel wat vriendelijker. Hij waarschuwde hem voor andere rovers en gaf hem iets mee, om te bewijzen, dat hij op voet van vriendschap leefde met hem. Dan zouden ze hem niks doen. Want deze man had vaker bij Hilbelink in de schuur geslapen en was daar altijd goed ontvangen. Uit dankbaarheid liet hij hem toen gaan en hielp hem verder, zodat hij veilig thuis kon komen.

In een andere versie vond Hilbelink een zieke koopman in het passantenhuisje en nam hem gastvrij op. Als dank voor de verpleging schonk deze hem een ring. Op handelsreis werd Hilbelink in het Montferland overvallen. Bij het zien van de ring gaven de rovers hem echter vrijgeleide. De roverhoofdman bleek de zieke koopman te zijn geweest.

Zo hebben we weer een leuk gebied verkend. Het is heerlijk en rustig wandelen in dit gebied aan de oostkant van Nederland. Jammer genoeg was het minder zonnig dan op andere dagen van onze vakantie, dat zie je terug aan de foto's. Maar het was daardoor wel heerlijk wandelweer.

Websites
http://www.freriks.nl/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Steengroeve_Winterswijk


 
 

Helaas zijn er nog geen reacties beschikbaar. We willen u van harte uitnodigen om een reactie te plaatsen. Klik op de blauwe knop "Toevoegen" om een nieuwe reactie te plaatsen.