Stadwandeling Brussel

Korte beschrijving

De legende vertelt ons dat toen in 580 AD Sint Gorik, de bisschop van Cambrai, door het bos van Soigné kwam, hij besloot er een kapel te bouwen. Er ontstond een kleine woongemeenschap die in 977 door Otto II, de Duitse Keizer, werd genoemd als Bruocsella, Broeksele, een Huis op het Moeras. Daarmee begint de historie van Brussel.

We gaan er een rondwandeling maken. In elke straat, op elke hoek of plein is door de eeuwen heen geschiedenis geschreven. Het is zoveel, dat zelfs een korte beschrijving niet mogelijk is. Daarom eerst een historisch overzicht en daarna de uitgebreidere details. Ga genieten van deze heerlijke stad.


Kenmerken

Startpunt: Brussel
Startlocatie: Brussel, België
Coördinaten N50.851046 E4.345446
Afstanden: 14, 9, 8 km
Type: Cultuur, Stad
Begaanbaar: Doorgaans goed begaanbaar
Scootmobiel: Niet toegankelijk
Honden: Aangelijnd
Horeca: Onderweg
Gelopen op: 27-08-2010

Route informatie

Een GPS wandeling van 14 km bij Brussel.
Op diverse plaatsen langs de route zijn parkeermogelijkheden, maar het kan erg druk zijn. En parkeren is prijzig – reken op €16 per dag. Met de trein is het Centraal Station midden in de route.
De wegen zijn zeer goed en ook rolstoel en scootmobiel geschikt (op enkele plaatsen zijn liften aanwezig) Houd bij de parken rekening met enkele trappen.
Het tijdsplaatje werd voor ons in de voormiddag gedirigeerd door het bezoek aan het Chinees Museum en vanaf 13:30 uur door de rondleiding in het Stadhuis. Daarna hebben we de ronde gemaakt vanaf de Markt en eindigden we in de vroege avond weer bij de restaurantjes rond de Beenhouwersstraat. (In België houwen de beenhouwers ’t been, maar in Holland houwen ze ’t vlees.)
Horeca: overal zal men caffeetjes, terrasjes, restaurants en eethuisjes vinden, zij het in mindere mate tussen Manneken Pis tot voorbij het Egmontpark. Het absoluut mooiste terras – en het duurste – is boven het MIM-Old England. En alle eettentjes vind ge ten noorden van de Grote Markt.

Er zijn ook nog versies van 8 en 9 km van deze wandeling beschikbaar.
Ook is er een WPT en RTE file beschikbaar.



Acties

Navigeer naar startlocatie Download (ZIP) Download (GPX) Bekijk kaart/tracks Bekijk de fotoserie Print wandeling tekst

Startlocatie


Reacties



Wij zijn benieuwd naar uw reactie. Wel hebben we een aantal spelregels waar we u even op willen attenderen

  • Alle velden moeten verplicht worden ingevuld.
  • Uw reactie wordt pas na goedkeuring zichtbaar in de lijst ervaringen.
  • Uw e-mail adres niet wordt getoond op de site.
  • De webmaster behoudt zich het recht uw tekst aan te passen.
  • Het is niet toegestaan email-adressen, enige weblinks of schuttingtaal in de tekst op te nemen. Bij veelvuldig misbruik kan u de mogelijkheid van opslaan worden ontzegd.
  • Als u ons een link wilt doorsturen dan a.u.b. per email.
  • English texts will not be accepted. All input needs to be approved by the webmaster on forehand before be visible on this website. So save yourself the trouble.


Langere beschrijving


De geschiedenis van Brussel
De legende vertelt ons dat Sint Gorik, de bisschop van Cambrai, in 580 AD door het bos van Soigné besloot hij om er een kapel te bouwen. Er ontstond een kleine woongemeenschap die in 977 door Otto II, de Duitse Keizer, werd genoemd als Bruocsella, Broeksele, een Huis op het Moeras. Daarmee begint de historie van Brussel.

Otto schonk deze plaats aan de graaf van Neder-Lotharingen, Karel, de zoon van Lodewijk IV, koning van Frankrijk. Het was deze Karel van Neder-Lotharingen die op dit eiland in de Zenne* een verdedigingswerk liet bouwen, een castrum.

Toen Karel in de 10e eeuw stierf, ging het gebied over naar  Lambert van Leuven. Hij was ook graaf van het omliggende gebieden en stichtte daarmee het Hertogdom Brabant*.

Lambert II Baldric besloot een kasteel te bouwen in de 11e eeuw en hij begon met de bouw van de eerste verdedigingsmuur*. Daardoor werd Brussel een sterke – veilige – vesting in de handelsroute tussen Brugge in Vlaanderen en Keulen in het Rijnland. In de 12e eeuw groeide de bevolking uit tot wel 30 000 inwoners. De Hertogen van Brabant woonden tussen ’s-Hertogenbosch in het noorden en Brussel in het zuiden.

Zowel het burgerlijk bestuur, als de bevolking kunnen uitgroeien tot een hoge welvaart*. Dat leidt tot de ontwikkeling van de gilden* die door de leerprocessen van de vaklieden tot in de 14e eeuw met de productie van laken, linnen en wandtapijten* wereldberoemd worden.

Hertog Jan III heeft geen mannelijke opvolger en de Hertog van Vlaanderen, Lodewijk van Male, denkt daar gebruik van te kunnen maken. Hij wordt enkele maanden later door het garnizoen onder leiding van Everard ’t Serclaes* verjaagd en Johanna, dochter van Jan III, wordt onthaald als Hertogin van Brabant*.

Als in de 14e eeuw de Engelsen, die eerst de wol leverden voor de lakenindustrie, nu zelf het laken gaan weven dreigt de economie achteruit te gaan. Maar als de Hertogen van Brabant zich definitief vestigen in Brussel ontstaat daarmee een opleving van de productie van luxe goederen. Hertogin Johanna moet kiezen tussen een band met Duitsland of met Bourgondië. Als Johanna in 1406 overlijdt komt het Hertogdom via het huwelijk van haar erfgename Margaretha met Filips de Stoute onder Bourgondië. Door de gebiedsuitbreiding naar het noorden toe, en met de tapijtweverijen, de houtsnijkunst, de retabelkunst, edelsmeden en schilderkunst* groeit het belang van deze plaats. Als de dochter van Karel de Stoute – Maria van Bourgondië - huwt met Maximiliaan van Oostenrijk komt Brussel in handen van de Habsburgers. Uit het huwelijk van hun dochter Margaretha van Oostenrijk met Filips de Schone wordt dan Karel V* geboren. Die wordt keizer van Duitsland en koning van Spanje en de Nederlanden en regeert zijn rijk een aantal jaren vanuit Brussel. Hij maakt met Brussel als hoofdstad van het gehele Habsburgse rijk, deze stad nog belangrijker. Alle intellectuelen* uit die tijd ontmoeten elkaar hier, Dürer en Erasmus zijn de grote denkers. De sterke persoonlijkheid van Willem van Oranje* – opgevoed in Brussel – wordt benoemd tot Stadhouder van Holland, Utrecht en Zeeland.

De zoon van Karel V, Filips II, gaat echter vanuit Spanje besturen. Hij doet dat met een zeer strenge katholieke regels en zware financiële lasten. Dat leidt tot een conflict tussen noord en zuid, waarbij Willem van Oranje in 1577 de Spanjaarden voor enkele jaren uit de stad verdrijft en de noordelijke gebieden uitroept tot de Verenigde Provinciën van Oranje Nassau. De economische betekenis holt achteruit. Onder infante Isabella, dochter van Filips II wordt het iets beter, maar als dan de Fransen zich  in het Europese strijdgewoel gaan meten met de Hollanders wordt in 1695 de stad Brussel, als strafmaatregel beschoten door maarschalk Villeroy* en grotendeels vernield. 4000 gebouwen worden in puin gelegd. Zo ook de Grote Markt. Deze wordt opnieuw opgebouwd tot één van de mooiste pleinen van Europa*.

Als de Oostenrijkse Habsburgers, in de 18e eeuw de Spaanse neven opvolgen, wordt het niet veel beter. Pas als Karel van Lotharingen* hier aan het bewind komt, volgt er enige economische opleving. Maar de Franse Napoléon degradeert elke stad buiten Parijs tot een provinciestad. Na Waterloo wordt een sterke macht ten noorden van Frankrijk wenselijk geacht en dus komen Brussel en de Belgische provincies onder het Koninkrijk der Nederlanden met Brussel en Den Haag als hoofdsteden. Koning Willem I* komt er zelfs wonen. De calvinistische gedachte en dat de Nederlandse taal tot officiële taal wordt uitgeroepen kan door de verfranste intellectuelen niet worden gewaardeerd. Dan tijdens de verschrikkelijke Hongerwinter van 1829-30 komt de bevolking in opstand, die leidt tot de afscheiding van België met de eerste koning, Leopold van Saksen-Coburg* op de troon.

De oude stadsmuren worden afgebroken en de ruimte om de stad heen wordt opgebouwd en uitgebreid. De haven en kanalen leiden met de vondst van steenkolen in Charleroi en de ijzerindustrie in Luik tot een bloeiende en groeiende economie, waarbij Congo als kolonie ook een interessante inbreng levert. Brussel mag weer gezien worden. Dan breken enkele wereldoorlogen in Europa – niet in Brussel zelf - weer veel af. Na de opbouw wordt Brussel het zenuwcentrum van de Europese gedachte.*

In België zelf leidt de onevenwichtige verdeling van arm en rijk tot Vlaams en Waals gekrakeel, waarbij Brussel als een derde gewest wordt bestempeld. Als dienstencentrum met de EU, NAVO en de meer dan 1000 instellingen wordt Brussel een stad met een sterke internationale gemeenschap. Brussel als hoofdstad van Europa.

We zullen voornamelijk het historische  deel volgen. De EU volgt later….

START N50 51.063 E4 20.727
Omdat we eerst naar het Chinees Museum - N50 50.846 E4 18.321 - bij het Missiehuis van Scheut zijn geweest, Missiehuis van Scheut, aan de Ninoofsesteenweg 548, 1070 Brussel – zeer bijzonder, vooraf voor een afspraak bellen http://www.scheut.be/bezoek/bezoek.htm - komen we vanuit het westen Brussel binnen en vinden een parkeerplaats in de garage aan de Nieuwe Graanmarkt 2. €16,= voor de hele dag. Al meteen doet de sfeer Brussels aan. Winkeltjes, pleintjes en rommelige lanen.

We gaan direct naar het oudste ‘eiland’ waar Brussel ontstaan is.

Sint Goriksplein N50 50.874 E4 20.832
Dit plein, het centrum van het vroegere Sint-Gorikseiland of Groot Eiland in de Zenne, was de bakermat van Brussel. Karel, hertog van Neder-Lotharingen, richtte hier rond 979 een castrum op.

In 1520 werd er een ruimere kerk in laat-gotische stijl gebouwd. Deze kerk werd onder Frans bewind in 1797 gesloten en met de grond gelijk gemaakt. Daarna werd een groot, rechthoekig, plein aangelegd, dat tot 1832 Fonteinplein wordt genoemd, naar een eeuwenoude fontein die hier vlakbij stond. Deze oude fontein werd in 1802 vervangen door een uit 1767 daterende pyramide-achtige fontein, afkomstig van de voormalige abdij van Grimbergen.

Vanaf begin 19de eeuw werden op het plein diverse markten gehouden, zoals de linnen-, de kalveren- en de fruitmarkt. Bij de overwelving van de Zenne en de aanleg van de centrale lanen wordt de wijk grondig gereorganiseerd. Het is dan, dat de overdekte markthal wordt opgericht door architect Adolphe Vanderheggen, die reeds de overdekte markt op de Etterbeekse Steenweg had ontworpen in neo-romaanse stijl en koos voor een overkapping uit ijzer en glas, toen erg in de mode. De kapconstructie wordt geschraagd door slanke gietijzeren kolommen. De gebogen plafonds van de zijgangen dragen de omlopende galerijen op de verdieping. Een breed glazen dak verlicht de markthal van bovenaf.

In het midden staat de enorme Grimbergse fontein. De stenen sokkel komt uit de oude kerk van Sint Gorik.

Naar: http://www.ebru.be/Architectuur/archsintgorikshallen.html.

Na dit plein gaan we richting Grote Markt en daarbij steken we een royale allee over. Deze brede weg, de Boulevard Anspach is genoemd naar de burgemeester die de stadrivier de Senne heeft overwelfd. We volgen die een stukje tot we langs het Beursgebouw komen. Tegenover de beurs staat het wetenschapmuseum, vooral bemind door experimenterende kinderen.

Na het Beursgebouw passeren we de Sint Nicolaaskerk. Rechts bij de kerk staat een mooi beeld van het Melkmeisje. En dan gaan we echt naar het grote plein.

Senne - Zenne N50 50.868 E4 20.946
De Senne (Zenne) verdeelde de stad Brussel. De rivier splitste zich hier rond een eiland, waar ooit de eerste nederzetting ontstond. Na eeuwen van uitbreiding werd de rivier een enorm open riool, een grote bron van ellende. In 1865 nam burgemeester Jules Anspach het besluit om de rivier in te dammen en te overkappen. Een sleuf van 6 meter breed en twee kilometer lang vormde de nieuwe bedding. Daarop werden alle straten aangesloten met hun riolering. Meer dan 1000 huizen werden onteigend.

In 1871 was de tunnel klaar. Daarmee werd een nieuwe 100 meter brede allee gebouwd, die nu de Boulevard Anspach heet.
Het probleem was daarmee niet helemaal opgelost, waarna tussen 1930 en 1955 in het westen om de stad heen geleid is.
De oude tunnels werden daarna omgebouwd tot de noord-zuid metrolijn tussen de twee Spoorwegstations. De lijn werd in 1967 geopend.
Was daarmee de vervuiling opgelost? Nee, de stad groeide door tot de 1,1 miljoen inwoners nu. Het duurt nog tot 2007 vooraleer de enorme zuiveringsinstallatie bij station noord het schoongemaakte water kan lozen in de Schelde.
Zie: http://www.kbr.be/collections/cart_plan/ferraris/ferraris_nl.html.

Beurs voor Publieke Fondsen N50 50.888 E4 20.994
Het Beursplein werd aangelegd in combinatie met de overwelving van de Zenne en de aanleg van de centrale lanen. Sinds de eeuwwisseling is het plein een van de meest markante punten van de stad. In 1957 draaiden er bijvoorbeeld niet minder dan 32 tramlijnen rond het Beursgebouw en ook vandaag nog defileren zowat alle belangrijke betogingen over dit plein.

De Beurs van Brussel is een eclectisch beursgebouw, gebouwd tussen 1868 en 1873 door architect Léon-Pierre Suys. Het beeldhouwwerk werd onder andere door Auguste Rodin uitgevoerd. http://www.ebru.be/Architectuur.

Scientastic – museum Beursplein N50 50.912 E4 20.985
Een echt doe-museum! En niet alleen kinderen zijn verrukt bij het ontdekken van al die mogelijke (en schijnbaar onmogelijke) experimenten op gebied van de fysica, het zicht, het gehoor, de tast- en reukzin, enz... In het museum staan een honderdtal interactieve proeven opgesteld, gaande van spijkerbedden, magnetische spellen, mega-kaleidoscopen tot fotografische experimenten. Het is gewoon niet uit te leggen, u moet het meemaken.

St.Nicolaaskerk N50 50.865 E4 21.078
Er stond reeds een kerk in de 12e eeuw, die in de 14/15e eeuw als gotische kerk is herbouwd. In 1695 is het hele centrum gebombardeerd en stortte ook deze kerk in, behalve een kapel en het koor. Er stond ook een toren bij, eerst een wachttoren van de eerste stadsmuur. Die stortte in en brandde later nogmaals af. Ook de toren van de nieuw opgebouwde kerk in 1700 sleurde 14 jaar later een man en een varken mee toen die instortte.

In het schattig kerkje hangen enkele belangrijke kunstschatten, waaronder De Maagd met het Slapende Kind, toegeschreven aan Rubens. Boven dit doek werd een kanonkogel ingemetseld, herinnerend aan de beschieting van 1695.

Vooral in de Sinterklaastijd rond 6 december is deze kerk in trek bij kinderen, die er hun verlanglijstjes naartoe brengen. Maar er wordt ook veel speelgoed van vorig jaar voor het altaar ingeleverd voor minder fortuinlijke kinderkes.

Melkmeisje - Boterstraat N50 50.856 E4 21.088
Rechts van het kerkportaal van de Sint-Nicolaaskerk staat het Melkmeisje of de Melkboerin van Marc De Vos, uit 1687, een beeld/fontein dat vroeger in de stadswarande stond, maar zwaar werd beschadigd. Dit hier is een getrouwe kopie van het origineel. Een Brusselse legende vertelt dat het beeld soms begint te spoken, en op zijn arduinen sokkel onrustig begint rond te draaien. Dit meestal zo rondom middernacht… op het moment dat de vele omliggende herbergen beginnen leeg te lopen.

Een oeroude straat die reeds in de 12de eeuw als Sandstraete vermeld werd. Vanaf de 15de eeuw wordt er een botermarkt gehouden en wordt de straat voortaan Grote Boterstraat genoemd. In 1798 verhuist de botermarkt naar de gronden van het vroegere recollettenklooster (daar waar zich vandaag het Beursgebouw bevindt). In 1920 krijgt de straat haar huidige naam, maar het stuk vanaf de Sint-Niklaaskerk tot aan de Grasmarkt werd vanaf dan de Taborastraat. De nummering werd echter niet aangepast en het is daarom dat de straat begint met de nummers 13 en 22. Naar: http://www.ebru.be/Architectuur/standbeeldenpage.html.

En zo komen we op een van de mooiste pleinen van Europa. De gebouwen vinden hun oorsprong in de 15e eeuw, de glorietijd van het rijke Brabant. De opkomst van de georganiseerde vakbroeders, de gilden, zijn sterk vertegenwoordigd in het politieke leven.

 

We kijken rond op dit plein en bezien de belangrijke gebouwen met hun versieringen.
In het belangrijkste gebouw, het Stadhuis, is om 13:30h een rondleiding van een uurtje in de Nederlandse taal. Een genot om te zien dat deze prachtige kamers en zalen nu nog steeds ‘gewone’ kantoren zijn.

Daarna verlaten we het plein onder een voormalig huis door en gaan van de ene naar de andere legende, waarvan Manneke Pis de bekendste is.

Langs de oude binnenste stadsmuur verlaten we de drukte en gaan richting de Marollen.
Daarbij passeren we de brede laan waaronder de spoorwegverbinding ligt tussen het noord- en zuidstation. Bij de grote rollerscatebaan ligt de ingang van de spoortunnel.

Grote Markt N50 50.808 E4 21.148
Meestal is het een plein van feestelijkheden, maar in 1523 was dit wel anders. Hier werden de eerste protestanten op de brandstapel gegooid en werden er meerdere mensen onthoofd. In 1695 vonden er hevige beschietingen plaats op de Grote Markt. De gevels bestonden toen nog uit hout, dus je kan je voorstellen dat er weinig van overbleef. Alleen de stenen muren van het stadhuis en de structuur van het Koningshuis bleef overeind. Gelukkig was de markt weer snel opgebouwd en zijn in de 19e eeuw grootschalige, ambitieuze bouwprojecten vermeden en zijn de panden gerestaureerd. Met als resultaat één van de mooiste marktpleinen van Europa!

De Grote Markt
Niet alleen nu, maar door de eeuwen heen heeft de grote Markt bezoekers getrokken. Dit was het centrum om zaken te doen. Zowel overheid als de gilden hadden hier hun zittingen. We gaan rond, linksom:

Het Stadhuis
Het is de grootste blikvanger en het mooiste gebouw van de stad (1402-1455). De rijzige toren staat op de plaats van het vroegere belfort. Het stadhuis werd na de bombardementen met grote zorg gereconstrueerd. De bouwstijl is een voorbeeld van flamboyante gotiek. Het stadhuis is opgetrokken in kalkhoudende zandsteen uit de Dilbeekse steengroeven, enkele kilometers verderop.

Het gebouw wordt boven op zijn 96 meter hoge toren bekroond met een verguld standbeeld van de aartsengel Michaël die een draak velt.

De bouw van de linkervleugel en het belfort (onderste deel van de huidige toren) startte in 1402 onder auspiciën van de rijke families van de stad. Het stadhuis zou niet groter worden. De gilden wilden ook deelnemen aan het bestuur van de stad. De onvrede leidde tot onlusten die uiteindelijk resulteerden in een compromis waarbij ook verkozenen van de gilden zitting kregen in het bestuur. Het stadhuis werd daarmee te klein.

Karel de Stoute legde de eerste steen van de rechtervleugel waarmee men in 1444 begon. De rechtervleugel is het werk van Willem de Voghel, die in 1452 ook de architect werd van de Magna Aula. De toren van het stadhuis, 96 m hoog, werd vanaf 1449 gebouwd door Jan van Ruisbroeck, bouwmeester van Filips de Goede. Het beeldhouwwerk dat het gebouw siert is volks.

De toren staat niet exact in het midden van het gebouw. Hierdoor oogt het gebouw asymmetrisch. Ook de toegangsdeuren in de toren staan niet in lijn met de rest ervan. Volgens een Brusselse legende zou de architect het gebouw zo niet bedoeld hebben en heeft hij zich, toen hij zich van zijn dwaling bewust werd, van de toren laten vallen. In werkelijkheid heeft er dus niet één architect aan het uiteindelijke gebouw gewerkt, en is het asymmetrische, in zekere zin onvolmaakte resultaat het gevolg van de lange bouwgeschiedenis.

In 1840 werd een complete restauratie uitgevoerd, waarbij toen de gehele gevel werd versierd met in totaal 203 kleine standbeelden, die de Hertogen en Hertoginnen van Brabant vertegenwoordigen, die het hertogdom bestuurden tussen 580 en 1564.

Het stadhuis staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO als onderdeel van de inschrijving van de Grote Markt. De huizen aan het plein hadden vroeger geen huisnummer, maar droegen een naam.

De Ster: Nr 8
Het huis van Amman. Hij was de vertegenwoordiger in de stad van de Hertog van Brabant. In 1852 werd het huis afgebroken om een bredere toegang tot het plein te verkrijgen, maar Karel Buls liet het weder opbouwen in 1897 op enkele bogen.

De Zwaan nr 9
Was voorheen een woonhuis en is door de slagersgilde overgenomen. Karll Marx en Friedrich Engels schreven er in 1847 het Communistisch Manifest. In 1885 werd er de Belgische Werkliedenpartij opgericht.

De Gulden Boom nr 10
Hier was het brouwersgilde gehuisvest Oor5spronkelijk stond er een beeld van Maximiliaan Emmanuel van Beieren, maar die is later in 1752 vervangen door Karel van Lotharingen. In de kelder is het Brouwerijmuseum.

De Roos, de Berg Tabor en de Alsemberg (nrs 11, 12, 12a) zijn woonhuizen.

Huis van de Hertogen van Brabant nrs 13 t/m19
Dit zijn zeven heropgebouwde huizen met een monumentale gevel. In de gevel worden 19 Graven van Brabant uitgebeeld.

Nr 13: De Faem. Geeft toegang tot het achtergelegen huis.
Nr 14 en 15: De Cluyse en de Fortuyne zijn woonhuizen.
Nr 16: De Windmolen, molenaarsgilde. Hier verbleef Victor Hugo ooit een week.
Nr 17: De Tinnen Pot. Gilde der Timmerlieden en Wagenmakers.
Nr 18: Den Heuvel, gilde der vier gekroonden, beeldhouwers, steenhouwers, metselaars en leidekkers.
Nr 19: De Beurs is een woonhuis.

Den Hert, Jozef, Anna en den Engel (nrs 20 t/m 23) zijn woonhuizen

De Gulden Boot (nrs 24/25) – een goed restaurant met prachtig uitzicht - behoorde tot de kleermakersgilde.

Nrs 26/27 De Duif van het schildersgilde. Victor Hugo woonde er in 1852 en schreef er “Naploéon le Petit” en een deel van “Les Châtiments”.

De Gulden Marchant of het Wapen van Brabant of het Ammanskamerke, nr 28, is een woonhuis.

Het Broodhuis (nrs 29 t/m 33) is een neogotisch gebouw, dat in 1875 is opgetrokken op de plaats waar voorheen de Broodhallen stonden. Dit is geïnspireerd op het stadhuis van Oudenaarde. Hierin is een museum van Brussel gevestigd met maquettes,schilderijen van Bruegel en de garderobe van Manneke Pis.

Den Helm, de Pauw, de Samaritaan of de Kleine Vos, den Eyk, St Barbara en den Ezel zijn woonhuizen (nrs 34 t/m 39).

Den Coninck van Spaignien, nr 1 : Bakkersgilde
Den Cruywagen nrs 2 en 3, de Vetsmelters.
Den Sack nr 4, Gilde der Schrijnwerkers en Ebernisten.
De Wolvin nr 5 is het schuttershuis
De Hoorn nr 6 behoort tot het Schippersgilde
En De Vos op nr 7: Gilde der Garen- en Bandverkopers.

Everard ’t Serclaes (Karel Buls straat) N50 50.756 E4 21.085
Deze bronzen plaat is ingehuldigd op 20 juli 1902. De drie reliëf panelen stellen belangrijke episodes voor uit het leven van 't Serclaes en van Brussel. Het eerste stelt de herovering van de stad op Lodewijk van Maele voor, onder de leiding van 't Serclaes, het tweede toont de Blijde Intrede van Wenzel van Luxemburg en Johanna van Brabant, na de herovering in 1356, en het derde tafereel beschrijft de belegering van het kasteel van Gaasbeek door de woedende Brusselaars in 1388, die de dood van 't Serclaes, op een laffe manier vermoord, kwamen wreken. Dit laatste wapenfeit zou ook de oorsprong van de term "kiekefretters" zijn, de spotnaam van de Brusselaars. Het proviand tijdens die belegering zou uit dikke Brusselse kippen hebben bestaan.

Iedereen die voorbij de gedenkplaat komt, mag natuurlijk niet nalaten even over de gestrekte arm te wrijven van de verminkte Everhard 't Serclaes, met naast hem zijn trouwe hond. Het volksgeloof is er heilig van overtuigd dat het geluk meebrengt: ongehuwde meisjes kunnen rekenen een "goede" man binnen het jaar!

Manneken Pis N50 50.696 E4 20.997
Eigenlijk is het niets meer dan een simpele fontein met een kleine manneke van 58 centimeter hoog, maar Manneken Pis is dé bezienswaardigheid in Brussel. Manneken Pis is niet alleen de bekendste burger van België, maar ook de oudste! Hij staat symbool voor onbezorgdheid en als verzet tegen de bezetters door de eeuwen heen. De Brusselse humor wordt ook vaak geuit via Manneken Pis. Hij staat niet altijd te plassen in zijn blootje, maar is op vaste data ook aangekleed met folkoristische, culturele, sportieve en andersoortige kleding. Zo wordt hij bijvoorbeeld op de sterfdag van Elvis gekleed en in oktober draagt hij een Chinees kostuum. Hij heeft zo'n 4 dagen per maand een ander kostuum aan, de rest van het jaar is hij gekleed in het adamskostuum.

Zijn ouders waren het Manneke kwijtgeraakt in de drukte. De legende vertelt, dat de vader van het Manneke een beeld zou laten maken van zijn zoon, zoals hij teruggevonden zou worden. En dus….. Zo is ’t gekomen.

Villersstraat N50 50.600 E4 21.066
Een zeer oude steeg in de Eikstraat die reeds in de 13de eeuw als Cattenstrate werd vermeld en die doodliep op de muur van de eerste stadsomwalling. Bij de aanleg van het Dinantplein in 1696 wordt ze doorgetrokken en gedeeltelijk verbreed in 1711. In de 18de eeuw werd de straat geleidelijk aan met haar huidige naam aangeduid omdat de abdij van Villers-la-Ville er een refugium bouwde voor zijn bedevaarders. Tijdens het Franse regime werd ze omgedoopt tot rue du Chat-Noir, maar in 1851 kreeg ze definitief haar huidige naam. De straat met L-vormig tracé grenst in het laatste gedeelte aan een muurfragment en de Villerstoren van de eerste stadsomwalling.

De Villerstoren. Een zandstenen toren met aansluitende muurgedeelten van de eerste stadsomwalling, daterend uit de 13de eeuw. Het geheel werd "ontdekt" in 1958 tijdens uitbreidingswerken van het aanpalende Sint-Jorisinstituut.

Deze school werd oorspronkelijk opgericht ter plaatse van het vroegere "Gulden Hof" van de Kruisboogschuttersgilde van Sint-Joris, dat in 1388 eigenaar werd van een groot gedeelte van de zuidelijke verdedigingsgrachten.

In de loop der tijden werd de toren echter aangepast als woning. Na de ontmanteling ervan werden de resten ervan op het nippertje bewaard en "gerestaureerd" door de stadsarchitect, Jean Rombaux. Hij gebruikte onder meer gerecupereerd materiaal afkomstig van de Anneessenstoren en van gesloopte panden in de Cellebroersstraat.

Spijtig genoeg valt bijna niet meer te onderscheiden wat origineel is en wat niet…

Noord-zuid verbinding Brussel – Spoorlijn 0 N50 50.521 E4 21.055
Veel steden hebben een spoorweg station Noord en station Zuid. Daar tussenin ligt de stad. Zo ook in Brussel. Al in 1903 maakt men plannen om beide stations met elkaar te verbinden. Men start in 1911, maar er komen een paar oorlogen tussen en pas in 1952 kan Koning Boudewijn de Noord-Zuid verbinding openen. Het traject is 2,5 km lang, waarvan de tunnel bijna 1 km lang is. In het midden ligt het Centraal Station Brussel, een gebouw ontworpen door Horta.

Met 1200 treinen per dag is het de druks bereden spoortunnel ter wereld. De tunnel heft zes sporen, waarvan er een bestemd is voor het metronet. Per uur kunnen maximaal 100 treinen door de tunnel. Loopt er ook maar iets fout, dan kan dat effect hebben op wel 20 treinen op het gehele Belgische net.

OLV ter Kapellekerk N50 50.489 E4 21.055
Koning Godfried I besloot in 1134 een kapel buiten de stadsmuren te bouwen. De populaire kerk werd echter in 1250 pas echt beroemd, toen hij na een koninklijke donatie van vijf stukjes van het Ware Kruis een pelgrimsoord werd. De oorspronkelijk Romaanse kerk werd in 1405 verwoest door een brand, maar werd al snel weer herbouwd. Het nu gotische gebouw heeft prachtig versierde gevels met pinakels. Een opvallend element aan de buitenkant zijn de levensechte waterspuwers. Binnen in de kerk zie je prachtige koolbladkapitelen en een gewelfd gouden plafond. Ook tref je hier het monument voor schilder Pieter Brueghel de Oude. Hij werd hier na zijn dood in 1569 begraven.

Op deze plaats lag reeds in de 12de eeuw het kerkhof van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Kapellekerk. De begraafplaats werd in 1784 definitief ontruimd ingevolge het door Jozef II uitgevaardigde verbod op het begraven binnen de stad. In 1822-1824 wordt de oude begraafplaats heraangelegd als plein, waarbij een ballustrade evenals een obelisk-vormige fontein van architect Barnabé Guimard definitief verdwijnen. De zuidzijde van het plein, eertijds des Dries genaamd, wordt onderbroken en verruimd bij de aanleg van de Blaesstraat. Ook het perspectief aan de oostzijde werd volkomen gewijzigd bij de aanleg van de - brede - Joseph Stevensstraat.

Na deze kerk gaan we de wijk in. Een oude woonwijk die enige gelijkenis vertoond met de Jordaan in Amsterdam. Hier wordt plat Brussels gesproken. Hier handelden de verzamelars in tweedehands spullen en doen dat nog. Niet alleen zien we vele antiekwinkeltjes, ook is er in de voormiddag tot 2 uur een vlooienmarkt op het Vossenplein. – Er is een extra track toegevoegd, dat leidt naar de markt zelf. Zo niet, dan links af naar het Justitiepaleis.

De grote tegenstelling zien we als we met de openbare lift naar het grote plein voor het enorme Justitiepaleis gaan. Wij kijken onze ogen niet alleen uit over het prachtig uitzicht over de stad maar ook naar de in toog geklede advocaten met dikke mappen of onder politie begeleide en geboeide verdachten.

Een onbenullig opgangetje – we zouden het bijna voorgegaan zijn – brengt ons naar een alleraardigst klein parkje met een heel bijzondere boom, de gingo.

Vlooienmarkt Vossenplain - Marollen N50 50.221 E4 20.761
Deze vlooienmarkt bestaat uit zo'n 500 kraampjes en winkels. Het geheel straalt een kosmpolitische sfeer uit. Heerlijk om rond te snuffelen op deze markt en je te verbazen over de dingen die je allemaal tegenkomt. Je kunt hier ook lekker wat drinken, eten en naar muziek luisteren. Dinsdag en donderdag schijnen de beste dagen te zijn. Ga je in het weekend? Wees dan voorbereid op veel mensen en hogere prijzen. Vergeet ook niet af te dingen!

Deze wijk staat volledig in het teken van antiek. De Marollen strekt zich uit aan de zuidkant van de Grote Zavel en heeft als voornaamste ontmoetingsplaats het Vossenplein (Place du Jeu de Balle). Al sinds 1640 vindt hier de dagelijks een vlooienmarkt plaats. De Marollen is van oudsher een echte arbeiderswijk met kleine bruine café's en een rommelig karakter. De straatnamen zoals timmerliedenstraat en borduurdersstraat in deze wijk bevestigen dit dan ook. De hoofdstraat van de Marollen is de Blaesstraat waar je ook weer leuke antiekzaakjes terugvindt. Het Breughelplein is letterlijk het einde van de Benedenstad, een lift brengt je vanaf dit plein naar het Poelaertplein vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de stad. De Onze Lieve Vrouwe ter Kapellekerk tenslotte, is sinds oudsher de kerk voor de arbeiders uit de wijk de Marollen.

Justitiepaleis N50 50.211 E4 21.086
Het Justitiepaleis (in het Frans: Palais de Justice) in Brussel is een adembenemend gebouw en is met zijn mooie architectuur bijna overal in de stad te zien. Het imposante gebouw was een project van koning Leopold II en werd gebouwd naar een ontwerp van Joseph Poelaert. Hij haalde zijn inspiratie uit klassieke tempels. Tegenwoordig vind je hier nog steeds de rechtszalen van de stad.

Het Justitiepaleis van Brussel is het belangrijkste gerechtsgebouw in België. Het is opgetrokken in eclectische stijl, in 1860 door architect Joseph Poelaert, onder de regering van Koning Leopold I. Dit gigantische gebouw werd in de 19de eeuw beschouwd als het grootste gebouw ter wereld.

Het paleis is gebouwd op een sterk hellend vlak (niveauverschil van 20 meter tussen de boven- en benedenstad) waardoor de ingangen zich op verschillende niveaus bevinden. Het heeft de vorm van een rechthoek waarvan de middellijnen respectievelijk 150 en 160 m lang zijn.[1] De totale bebouwde grondoppervlakte is 26.006 m². Het is voorzien van 8 binnenplaatsen (6000 m²), 27 grote en 245 kleine zalen of lokalen. Een monumentale koepel (24.000 ton), 104 meter hoog (142 meter boven TAW), bekroont het gebouw.

De indrukwekkende salle des pas perdus is zo’n 3.600 m² groot met inbegrip van de galerij van de eerste verdieping en is 90 meter lang en 40 meter breed. Een windroos met zestien stralen geeft het centrum van de ruimte aan.

Op het plein staat een groot monument ter ere van de Infanterie tijdens de 1e Wereldoorlog. Het is 5 mei 1935 onthuld. Later is ook de nagedachtenis aan de 2e Wereldoorlog toegevoegd. Het beeld is van Edouard Vereycken.

Egmonttuin met Paleis Egmont N50 50.291 E4 21.392
Alhoewel slechts 1,5 ha groot, is dit wel het grootste door bebouwing omgeven publiek park van Brussel. Het ziet uit op het Egmontpaleis, dat vooral gebruikt wordt voor de ontvangst van gasten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het is een allercharmantst park waar het merkwaardig rustig is. Er staan ondermeer verschillende prachtige bomen: twee groene eiken, een gingko biloba (jawel!), een tulpeboom en twee zwarte notelaars, om er maar enkele te vermelden. De gingo is geen conifeer en ook geen loofboom, die bekend is om zijn vele gezondheidsextracten, die helpen bij de ziekte van Alzheimer tot bloedverdunners. De boom is goed te herkennen aan het bijzondere waaiervormige blad op een lange steel. http://www.xs4all.nl/~kwanten/nedindex.htm.

Verder bindt men een oranjerie, een ijskelder en enkele bronzen beelden van de Prins de Ligne, Marnix van Sint-Aldegonde en van Peter Pan.

Na de tuin gaan we vanaf het Egmontpaleis – even omkijken – terug richting stad over de Zavel. Een prachtig stukje met heel veel mooie bronzen beelden van Egmont en Hoorne, en alle gildebroeders en de geleerde heren in het parkje tot voorbij de prachtige Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Uiteindelijk buigen we af naar de strakke architectuur van de grote musea, hier te beginnen met de Koninklijke Bibliotheek.

Zavel N50 50.370 E4 21.392
In de middeleeuwen maakte de Zavel deel uit van een moerassige zand- en weidevlakte die aan de zuidelijke buitenrand van de eerste stadsomwalling lag. Het oostelijke gedeelte - de huidige Kleine Zavel - diende sinds 1299 als kerkhof voor het Sint-Jansgasthuis, waarvan in 1304 een deel werd afgestaan voor de bouw van een kapel, de latere Onze-Lieve-Vrouw ten Zavelkerk (Zavelstraat). Het kerkhof werd in 1588 met beuken beplant en in 1704 definitief ontruimd. De Kleine Zavel vertoonde eertijds een onregelmatige L-vorm en was volledig omringd door bebouwing.

Een eerste bres werd in 1827 geslagen bij de aanleg van de eerste fase van de Regentschapsstraat. Toen deze laatste in 1872 doorgetrokken werd, ontstond de huidige rechthoekige vorm, die definitief werd na de ontmanteling van de huizen gelegen rond de Zavelkerk. Hiermee werd het historisch verband van de Zavel, groot en klein, drastisch gewijzigd.

Egmont en Hoorne N50 50.362 E4 21.408
In 1874 werd beslist om het standbeeld van de graven van Egmont en van Hoorn op de Grote Markt te verplaatsen omwille van de aan de gang zijnde werken aan het nieuwe Broodhuis. Er werd gekozen voor de recent verruimde Kleine Zavel. In België worden Egmond en Hoorne als de bevrijders van het Spaanse juk gezien en niet – zoals in Nederland, de Oranjes.

Het project voor het plantsoen dat het standbeeld moest omringen, werd door architect Hendrik Beyaert uitgewerkt, samen met zijn leerling Paul Hankar, een latere grootmeester van de Art Nouveau. Alhoewel de werken een aanvang namen in 1879, werd het plantsoen pas op 20 juli 1890 door burgemeester Karel Buls ingehuldigd. Beyaert had zich geïnspireerd op oude documenten, gravures en schilderijen om het geheel te ontwerpen en het geheel is meer dan geslaagd te noemen.

De gildebeeldjes - Kleine Zavel N50 50.384 E4 21.378
De ambachtsman houdt in de rechterhand een kompas, in de lonker een ontrolde werktekening ; aan zijn voeten liggen een stuk beeldhouwwerk en het gereedschap van een metser en een schaliedekker. Het beeld is van de hand van Godefroid Van den Kerckhove, die het de gelaatstrekken heeft meegegeven van architect Henri Beyaert.
Wapensmeden, Tinbewerkers en loodgieters, pannendekkers, blekers, koperslagers en bronsgieters, stoeldraaiers, mandenmakers, stukadoors en rietdekkers, hoedenmakers, volders en brandewijnstokers, huidevetters of leerlooiers, pruikenmakers, geweermakers, schoenlappers, visverkopers….. en nog vijftig andere beroepen worden uitgebeeld in de 48 beelden rondom dit park. Zie http://www.ebru.be/Architectuur/AB-KleineZavel2.html.

Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Zavelkerk N50 50.419 E4 21.367
Vanaf de 17de eeuw werd de kerk verkeerdelijk "Onze-Lieve-Vrouw-Victorie" genoemd, naar de legende dat hertog Jan I hier in 1289 een kerk stichtte na zijn zege in de slag van Woeringen.

In werkelijkheid klimt de oorsprong van de kerk op tot 1304. In dat jaar stonden de zusters en broeders van het Sint-Jansgasthuis een deel van hun kerkhof aan de "Saedelwech" af aan de Grote Kruisboogschuttersgilde, die er een kapel toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw wilde bouwen.

Het oratorium werd opgericht tussen 1304 en 1318 maar werd al spoedig te klein bevonden, voornamelijk ingevolge de succesvolle verering van het legendarische en miraculeuze Onze-Lieve-Vrouwbeeldje dat door Beatrix Soetkens in 1348 per boot uit Antwerpen werd overgebracht. De huidige kerk werd waarschijnlijk gebouwd vanaf het begin van de 15de eeuw. In 1505 werd hier prinses Maria van Hongarije, de zuster van Karel V, gedoopt en later werd de kerk de geliefde bidplaats van Margaretha van Oostenrijk, wat er op wijst dat de kerk zeer geliefd was bij de adel. Ze werd tijdens de godsdiensttroebelen van 1581 door de Calvinisten gesloten, maar in 1585 al opnieuw ingewijd.

Tijdens het Frans bewind werd ze, natuurlijk, nogmaals tijdelijk gesloten, maar in 1801 terug voor de eredienst opengesteld als succursale van de Onze-Lieve-Vrouw ter Kapelleparochie. Zie http://www.ebru.be/Other/Kerken/krkzavel.html.

Koninklijke Bibliotheek N50 50.584 E4 21.265
De Koninklijke Bibliotheek (afgekort: KBR) (Latijn: Bibliotheca Regia Belgica) is de nationale bibliotheek van de federale staat België. De gebouwen zijn gelegen aan de Kunstberg in Brussel. De Koninklijke Bibliotheek beheert een belangrijk cultureel patrimonium en verwerft en beheert de publicaties die zijn verschenen op het grondgebied van België en van Belgische auteurs die in het kader van de Depotplicht in het buitenland publiceren.

De bibliotheek wordt ook Albertina genoemd. Dit verwijst naar koning Albert I, wiens ruitermonument er staat. Aan de overkant staat Koningin Elisabeth, zijn echtgenote. Omdat dit een federale instelling is geldt de taalwetgeving, en is alles in de twee landstalen opgesteld.

In de bibliotheek bevinden zich ongeveer 5.000.000 boeken en 35.000 handschriften, waaronder 4500 middeleeuwse codices. Het Handschriftenkabinet kan tot een van de belangrijkste verzamelingen ter wereld worden gerekend. Deze collectie wordt door andere instellingen erkend als de meest waardevolle van België. Tot de verzameling behoren verscheidene handschriften, vervaardigd door David Aubert, uit de bibliotheek van Filips de Goede en de Librije van de hertogen van Bourgondië waaruit de Koninklijke Bibliotheek is ontstaan. Een deel van de verzameling ging verloren tijdens de brand van het Paleis van de Koudenberg. Van de duizend kostbare handschriften die men bij de dood van Karel de Stoute telde, worden er op dit moment ongeveer 300 in het Handschriftenkabinet bewaard.

Aan de benedenstraat Gerechtsplein stond het voormalige Paleis van justitie, maar dat is na de nieuwbouw afgebroken voor de aanleg van de spoortunnel.

Albertinaplein N50 50.671 E4 21.337
Het pleintje werd genaamd naar de Koninklijke Bibliotheek Albert I, aan de overkant van de autostrade.

Dit halfcirkelvormig plein werd in 1959 aangelegd aan de voet van de Kunstberg, bovenop de tunnel van de Noord-Zuid-verbinding.

Aangezien dit plein nog net toebehoort aan het Ilôt Sacré werden de gevels van nieuwe gebouwen - verplicht - opgetrokken in een pseudo-barokstijl, naar men zegt geïnspireerd op "authentieke Brusselse voorbeelden"… Tja..

Klok – Carillion Kunstberg N50 50.679 E4 21.416
In Brussel wordt de bovenstad met de benedenstad verbonden door een park. In dit park is het zogenaamde "Horloge van de Kunstberg" te vinden. De wijzerplaat van deze klok is versierd met historische en folkloristische figuren uit de geschiedenis van Brussel. De klok van de Kunstberg heeft een fraaie 'jacquemart', een mannetje dat met een hamer de uren slaat. Een van de figuren in de nissen komt dan in beweging, terwijl het carillon afwisselend een compositie van een Vlaamstalige en een Franstalige componist laat horen.

Koningin Elisabeth Albertinaplein N50 50.663 E4 21.353
Standbeeld van koningin Elisabeth van beeldhouwer René Cliquet (1899-1977) werd onthuld in 1970. Het geheel is uitgevoerd in Massangis-steen naar een ontwerp van J. Rombeaux, de toenmalige stadsarchitect. De koningin kijkt in de richting van het ruiterbeeld van haar vorstelijke gemaal, die haar echter op zijn beurt stierlijk negeert. http://www.ebru.be/monuments/fontaine-bruxelles-1000-minerve.html.

Koning Albert I N50 50.657 E4 21.368
Beneden de Kunstberg lijkt Albert I het centrum van de hoofdstad te domineren. Het ruiterstandbeeld staat op een zeer eenvoudige sokkel : enkel de naam Albert, met daarboven een simpele kroon, staat erop gegraveerd. De koning is hier vereeuwigd, sereen, zijn helm in de hand, fier gezeten op zijn prachtig paard.

Kunstberg - ontstaan N50 50.630 E4 21.420
Op deze plaats bevond zich sinds mensenheugnis de zeer populaire Sint-Rochuswijk, tot in de 15de eeuw ook Jodenwijk genoemd, met een wirwar van smalle straatjes en smerige gangetjes naast, boven en onder een aantal steile trappen met verroeste smeedijzeren leuningen, onder meer een ideaal werkterrein voor vele hoertjes.

In 1883 werd besloten deze "antihygiënische kanker" van de kaart te vegen en te vervangen door een "brede laan, openbare tuinen en een tempel gewijd aan de Schone Kunsten". We bevinden ons echter te Brussel, en het zou uiteindelijk nog veertien jaar duren, tot in 1897, en na soms hevige discussies tussen burgemeester Buls en de regering, vooraleer de slopershamers eindelijk aan het werk gingen. Burgemeester Karel Buls zou uiteindelijk overigens ontslag nemen.

In 1900 bleef er nog slechts een enorm terrein bezaaid met afbraakmateriaal over, bedekt met een enorme variëteit onkruid.

Acht jaar later was er nog niets veranderd en kwam de oude koning Leopold II, die het niet meer kon aanzien, op de proppen. Brussel organiseerde namelijk de Wereldtentoonstelling van 1910 en de vorst mocht er niet aan denken dat de bezoekers hier een dergelijke kanker zouden ontdekken… Hij liet uit Parijs een beroemd architect, Vacherot, overkomen en gebood hem een "voorlopige tuin, inclusief watervalletjes en beeldhouwwerken" aan te leggen, en hij betaalde het ereloon van de man uit zijn eigen zak, verdorie!

De Kunstberg werd in 1910, samen met de Wereldtentoonstelling, door koning Albert I ingehuldigd (Leopold II was een jaar eerder overleden). Deze voorlopige oplossing was echter een dermate groot succes, had een dergelijke charme, dat het meteen één van de geliefkoosde plekjes van de Brusselaars werd, en dat voor een periode van 45 jaar.

In 1955, ondanks massaal publiek, mediatiek en politiek protest, gingen de graafmachines terug aan het werk om de prachtige tuin te laten vervangen met wat u vandaag terugvindt: drie verdiepingen garageruimtes bedekt met amper één metertje grond waarop enkele loodrechte weggetjes getrokken werden tussen struiken die hun best doen om er groen uit te zien… We mogen ons nog gelukkig achten dat de Kapel van Nassau, een écht historisch gebouw, in extremis gevrijwaard werd. In totaal staat hier op de Kunstberg een verzameling van 16 musea.

Karel van Lotharingen - Museumplein N50 50.573 E4 21.442
Dit bronzen beeld van beeldhouwer Louis Jéhotte (1804-1884) van de prins Karel van Lotharingen stelt hem voor als militair met, op zijn borst, het juweel van de Gulden Vlies en het kruis van de Teutonische Orde.

Museumplein N50 50.554 E4 21.426
In de 14de eeuw lag hier slechts een vijver, de zogenaamde Jodenpoel. De terreinen werden in 1337 aangekocht en drooggelegd door een rijke Hollandse burger, Willem van Duvenvoorde, die er een groot landhuis en een kapel gewijd aan Sint-Joris liet optrekken.

In 1404 huwde zijn kleindochter de graaf Engelbert van Nassau die meteen eigenaar werd van het omvangrijk domein. Hun nakomelingen lieten onder mee de kapel in gotische stijl ombouwen dewelke we vandaag nog kunnen bewonderen, ingebouwd in de Albertinabibliotheek (Kunstberg).

Ook de bouw van de vernieuwde paleizen was klaar in het begin van de 16de eeuw en Dürer, die hier in 1520 op bezoek was, beschreef ze met enthousiasme. Het geslacht van Nassau zou hier meer dan drie eeuwen verblijven tot in 1731, na de brand die het nabije hertogelijke paleis verwoestte, het Hof zich hier kwam vestigen. Tijdens het Oostenrijks regime werd het plein dan ook place de la Cour (soms ook rue de la Cour) genoemd. In 1750 kocht de gouverneur Karel van Lotharingen het volledige domein en liet het paleis gedeeltelijk verbouwen in Lodewijk XVI-stijl, zoals we het vandaag nog kunnen bewonderen. Aan de kapel werd niet geraakt. Tijdens het Franse regime werd het plein eventjes omgedoopt tot place de l'Egalité.

Vanaf 1842 herbergden de gebouwen onder meer de Koninklijke Bibliotheek en vanaf 1846 eveneens het Koninklijk Museum van de Belgische Schilder- en Beeldhouwkunst. Vanaf dan werd het plein omgedoopt tot Museumplein. Vandaag blijft de naam natuurlijk actueel omdat het Museum van de Moderne Kunst zich pal onder het plein bevindt.

Paleis Karel van Lotharingen N50 50.584 E4 21.414
Het Museum van de 18de eeuw is ingericht in de residentie van Karel van Lotharingen, gouverneur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden van 1744 tot 1780. Deze residentie werd vanaf 1757 gebouwd op de plek waar vroeger het paleis van Nassau stond. Er bestaat alleen nog een gevel uit het laat-rocaille en begin neo-classicisme met decoratieve elementen van Laurent Delvaux.

Het marmeren beeld van Hercules in het trappenhuis is eveneens het werk van Delvaux. De rotonde, een zaal in Italiaanse stijl, is versierd met een vloer waarin stalen van marmersoorten uit onze gewesten zijn ingevoegd.

In de vijf zalen van de residentie van Karel van Lotharingen staan voorwerpen ten toon die herinneren aan de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik in de 18de eeuw: een draagstoel, een slede, medailles, goud- en zilversmeedwerk, porselein, wetenschappelijke en technische toestellen, schilderijen en muziekinstrumenten en in de laatste zaal een gedekte tafel.

Deze voorwerpen komen uit de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek van België, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis -Jubelpark en het Muziekinstrumentenmuseum- en privéverzamelingen. Ze geven de levenssfeer en de interessepunten weer van Karel van Lotharingen. Een intelligent leergierig man op gebied van de wetenschappen en het occultisme; een kenner van de "Encyclopédie" van Diderot en d'Alembert; kunstliefhebber en verwoed verzamelaar.

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) groeperen in totaal vijf in Brussel gevestigde musea, waaronder:
* Museum voor Oude Kunst (15de-18e eeuw)
* Museum voor Moderne Kunst (19de-20e eeuw)
* Wiertzmuseum
* Meuniermuseum
* Musée Magritte Museum

In deze musea, die twee eeuwen oud zijn, worden ongeveer twintigduizend schilderijen, sculpturen en tekeningen bewaard. De musea hadden in 2009 een totaal van 679.333 bezoekers. Hiermee staat het museum in de top 100 van drukst bezochte musea ter wereld.

Museum voor Oude Kunst
In dit museum wordt een uitgebreide collectie schilderijen, beelden en tekeningen uit de 15de tot de 18e eeuw bewaard, met o.a. werken van de Vlaamse Primitieven Rogier van der Weyden, Petrus Christus, Dirk Bouts, Hans Memling, Jheronimus Bosch; verder ook Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens en Antoon van Dyck.

Museum voor Moderne Kunst
Dit museum toont kunstwerken vanaf de geboorte van Jacques-Louis David (1748) tot nu. Deze symbolische datum verwijst direct naar het misschien wel belangrijkste werk in deze collectie: het schilderij dat David in 1793 maakte: 'De dood van Marat.' Er zijn veel werken van René Magritte en van andere Belgische kunstenaars zoals bijvoorbeeld Fernand Khnopff, Théo Van Rysselberghe, James Ensor, Paul Gauguin, Rik Wouters, Léon Spilliaert, Constant Permeke, Paul Delvaux, Marcel Broodthaers, Panamarenko en tot ieders verbazing zelf een bekend werk van Salvador Dali.

Wiertzmuseum
Dit Wiertzmuseum is gewijd aan Antoine-Joseph Wiertz (1806-1865), een kunstenaar uit de Belgische romantiek.

Meuniermuseum
Dit museum is gewijd aan Constantin Meunier (1831-1905), een kunstenaar uit het Belgische realisme.

Magrittemuseum
Het Musée Magritte Museum is geopend op 2 juni 2009. Het drie verdiepingen tellende museum heeft de grootste collectie van René Magritte ter wereld.

Muziek en Zang – Kunstberg N51 29.638 E4 19.794
Bovenaan de Kunstberg bevindt zich dit stenen beeldhouwwerk van Oscar Jespers (1887-1970). Twee gestiliseerde, afgeronde vrouwenfiguren stellen de muzen van de zang en de muziek voor.

Wervelend Oor – Calder Kunstberg N51 29.638 E4 19.794
Dit Wervelend Oor (Whirling Ear) is een abstract kunstwerk, een zogenaamde mobile, opgebouwd uit een staaf en een metalen plaat draaiend rond een as, in totaal zes meter hoog. De kunstenaar, Alexander Calder, had voorzien dat waterstralen het bovenste deel zouden animeren.

Het werk werd besteld door het Amerikaanse Departement van Staat om de ingang van het Amerikaans paviljoen te versieren tijdens de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. Bij afloop van deze tentoonstelling verdween het beeldhouwwerk in de kelders van het Museum voor Moderne Kunst. Veertig jaar later, in 1997, onder impuls van de architect Patrice Neirinck, werd het werk gerestaureerd en bovenaan de trappen van de Albertina geplaatst, het oor gedraaid naar het Muziekmuseum.

Alexander Calder was een van de grootste innovators van de 20ste eeuw wat plastische kunsten, en beeldhouwwerk meer in het bijzonder, betrof. Met zijn mobiles weigerde hij de inertie van de beeldhouwkunst te aanvaarden. Hij werd geboren te Philadelphia in 1898 en overleed in 1976.

MIM Old England N51 29.638 E4 19.794
Bijzonder is ook het in Art nouveau opgetrokken gebouw van Old England. Hierin is nu het Muziekinstrumentenmuseum gevestigd met in vier zalen 1200 verschillende en historische instrumenten.

Dit schitterend art-nouveaupand van architect Paul Saintenoy,is gebouwd in 1898-1899 voor rekening van de Britse kledingzaak Old England die zich reeds in 1886 in Brussel vestigde. Om de stijl van het gebouw meer in harmonie te brengen met de gevels van het Koningsplein werd het gebouw in 1938 onder een witte verf gestopt. Deze verf werd tijdens de grondige restauratie terug weggehaald zodat de gevel met zijn laat-19de-eeuws exuberant smeedwerk en keramische tegels terug staat te schitteren zoals voordien. Ook het sierlijke hoektorentje dat in 1956 was afgebroken, is opnieuw toegevoegd.

Vanuit het tearoom en het terras heeft men een prachtig uitzicht op Brussel. Men kan voor dit prijzig terras een bijzonder gratis toegangsbewijs – zonder bezoek aan het museum – verkrijgen. Zeer de moeite waard.

Godfried van Bouillon N50 50.537 E4 21.566
Oorspronkelijk pronkte hier het vier meter hoge bronzen standbeeld van Karel van Lorreinen, in 1775 opgetrokken en van de hand van beeldhouwer Verschaffelt. Reeds in 1794 echter werd het door de Fransen gesmolten om er munten van te slaan.

Ze plantten op deze plaats hun Vrijheidsboom die in 1814 op zijn beurt werd neergehaald en tot brandhout omgevormd. Op 15 augustus 1848 werd dan dit prachtige beeld van Eugène Simonis (1810-1882) ingehuldigd, terwijl de onfortuinlijke Karel van Lorreinen een nieuw standbeeld kreeg op het nabije Museumplein.

En zo staan we boven op de berg, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de oude stad. We gaan langs het monumentale fontein van Victor Horta, de grote Art-nouveau architect van Brussel, en wan wie we al vele Jugenstill gebouwen hebben kunnen bewonderen.

Nu door het park, even zien we het Koninklijk Paleis en de regeringsgebouwen aan de overzijde van het park. Daarna zullen we terugkeren naar de oude stad.

Liefhebbers voor de Europese stad kunnen vanaf hier een extra track volgen, die hun zal geleiden naar de gebouwen van het Europees Parlement en het daar gelegen moderne station.

Ook kom je dan langs de Cinquentenaire, het Jubelpark, waarin het Historisch Museum, Automuseum, Militair Museum en Luchtvaartmuseum zijn gevestigd. Na het passeren van het Berlaymont gebouw, de zetel van de Europese Commissie wordt de Rue de la Loi gevolgd om weer op deze route aan te sluiten.

Art Nouveau – Victor Horta N50 50.648 E4 21.643
Brussel is een stad van Art Nouveau. Er bestaat zelfs een aparte route, die genoemd is naar Victor Horta. Deze in 1861 te Gent geboren architect speelde een zeer belangrijke rol in de Jugenstill architectuur in Brussel. Na zijn opleiding in Gent en Parijs keerde hij terug naar Brussel waar hij 1in 1884 afstudeerde aan de Academie voor Schone Kunsten. Horta raakte bevriend met Paul Hankar, die eveneens een sleutelfiguur van de Art Nouveau-architectuur zou worden. Horta ging als assistent werken bij Alphonse Balat, de toenmalige hofarchitect van koning Leopold II. Samen ontwierpen Balat en Horta de Koninklijke Serres van Laken, Horta's eerste bouwwerk van glas en staal.

Rond 1885 had Horta een eigen praktijk; zijn eerste realisaties waren een drietal woonhuizen in Gent. Hierna concentreerde hij zich een tijd op wedstrijden voor publieke opdrachten, waarbij hij zijn typische stijl van gebogen lijnen ontwikkelde. Hij werd in deze periode lid van de vrijmetselaarsloge en breidde zijn sociale netwerk gevoelig uit, wat vanaf 1893 resulteerde in een reeks opdrachten voor burgerwoningen en winkels, vooral in Brussel. Uit deze periode dateren Horta's belangrijkste realisaties. Hij was niet alleen vernieuwend in het gebruik van typische decoratievormen (de "spaghettistijl" of "zweepslagmotieven" van de Art Nouveau), maar ook door een experimentele indeling van de interieurs. Door het gebruik van niveauverschillen, bijzondere raampartijen, serres, trappenhuizen en glazen lichtkoepels bracht hij op alle verdiepingen en in alle kamers licht naar binnen, en creëerde hij een ongekend ruimtegevoel voor burgerwoningen uit die tijd. Begrippen als "bel étage", "souterrain" en "jardin d'hiver" (wintertuin) ontstonden bij het bouwen en beleven van deze goed doordachte woningen. In 1932 werd hij tot baron verheven door koning Albert I. Hij overleed op 9 september 1947 en werd begraven op het kerkhof van Elsene.

Warandapark - Paleizenplein N50 50.618 E4 21.729
Oorspronkelijk lag hier slechts een kleine, smalle straat, de Belle-Vuestraat of Blysichtstraat, aangelegd bij het voltooien van het Park en de Warandewijk in het algemeen. De straat lag in feite op de tuinen van het in 1731 afgebrande Hertogelijk Paleis en werd in 1776 bekrachtigd door de patentbrief van keizerin Maria Theresia.

Dit park was indertijd overigens een stuk groter en nam ongeveer driekwart van het huidige Paleizenplein in beslag. In de jaren 1820-1830 werd het park een eerste maal geamputeerd en moest het zogenaamde Petit Parc er aan geloven. De sterk verbrede Belle-Vuestraat werd omgedoopt tot Paleizenstraat omdat er zich hier sinds 1774 twee kleine paleizen bevonden. Het linkse paleis werd opgetrokken voor de graaf Belgiojose, de gevolmachtigde minister van de Oostenrijkse keizer én een notoir vrouwenliefhebber.

In 1803 verbleef Napoleon er tijdens zijn eerste bezoek aan Brussel en tijdens het Hollandse bewind was het de residentie van Willem I, die er onder meer Alexander, Tsaar van Rusland, ontving. Het rechtse paleis was de woonst van de bevelhebber van het Oostenrijkse garnizoen, generaal Bender, later ook nog bewoond door prins Frederik van Nederland. Tussen de beide paleizen lag indertijd de Heraldische straat. Koning Willem I, die vanaf 1820 beide paleizen betrok, liet in 1827 een majestueuze zuilengang aanleggen tussen de twee gebouwen.

Later, tijdens het bewind van Leopold II verrees dan het huidige koninklijke paleis in Lodewijk XVI-stijl, naar plannen van Henri Maquet. Toen, in de jaren 1904-1909, kwam ook het huidige pleintracé tot stand.

Koninklijk Paleis N50 50.522 E4 21.735
Het Koninklijk Paleis van Brussel is een van de mooiste officiële gebouwen van de stad. Gelegen tegenover het Natiënpaleis, aan het andere uiteinde van het Koninklijk Park, symboliseert het Koninklijk Paleis in feite ons regime, de grondwettelijke monarchie. Het Paleis is dus de plaats waar de Koning zijn voorrechten van staatshoofd uitoefent.

Op het Paleis ontvangt de Koning tevens zijn audiënties en worden er staatszaken behandeld. Naast het bureau van de Koning en dat van de Koningin, herbergt het Koninklijk Paleis ook nog de Diensten van de Grootmaarschalk van het Hof, van de Kabinetschef van de Koning, van het Hoofd van het Militair Huis van de Koning en van de Intendant van de Civiele Lijst van de Koning. Het Paleis beschikt ook over Salons met uitzonderlijke pracht waar grote recepties gehouden worden, alsook over appartementen die ter beschikking worden gesteld van staatshoofden bij officiële bezoeken.

Paleis der Natie - Parlement N50 50.811 E4 21.887
Het paleis is gebouwd in 1783, volgens de plannen van de Franse architect Barnabé Guimard, voor de Soevereine Raad van Brabant.

De Prins van Oranje woonde er van 1815 tot 1828. Koning Willem III werd er geboren. Zetel van Senaat en Volksvertegenwoordigers sinds 1830.

We keren terug richting Grote Markt. Daarbij zullen we nog een aantal interessante zaken tegenkomen. Allereerst de prachtige Sint Michiels en Sint Goedele Kathedraal, bijna 800 jaar oud. Na een bezoek aan de kerk steken we het plein over en komen we uit bij de Sint Hubertus Galerij, bijna 300 meter luxe. Na de galerij volgt het mooie publieke pleintje, met in de verte Don Quichotte, maar eerst even op de knie zitten van Karel Buls, die even van zijn sokkel is neergedaald om bij u te komen zitten.

Sint-Michiels-en-Sint-Goedelekathedraal N50 50.873 E4 21.598
De Sint-Michiels-en-Sint-Goedelekathedraal is de nationale kerk van België en is een schitterend voorbeeld van Brabantse gotiek in Brussel. In 1225 begon de bouw van de kathedraal. Deze werd 300 jaar later voltooid met de bouw van de twee torens.

Een prachtig glas-in-loodvenster uit 1528 siert de voorkant van de kathedraal. Het glas is omgeven door Barokke bloemenkranzen en toont je een op geredde zielen wachtende Christus. Ook is er een rijkelijk versierde preekstoel gebeeldhouwd in een naturalistische barokstijl. Deze vertelt je het verhaal van de zondeval van Adam en Eva, de beloofde Verlossing met de Maagd met het kind Jezus. Daarnaast zijn er ook beelden aanwezig van de heiligen naar wie de kathedraal vernoemd is.

Sint-Hubertus galerij N50 50.857 E4 21.307
Topper onder de galerijen in Brussel zijn de Sint-Hubertus galerijen met zijn 230 meter lengte en 8 meter hoogte een imposant bouwwerk. Het complex bestaat uit 3 galerijen: de Koningsgalerij, Koninginnnegalerij en de Prinsengalerij. De galerijen zijn ontworpen door de Nederlandse architect Jean-Pierre Cluysenaar en gebouwd in 1846. In deze mooie galerij vind je luxe winkels (chocolade, tassen, leder, kleding), restaurants en een schouwburg.

Hoewel de galerij natuurlijk is opgezet voor het winkelend publiek, is het een bezienswaardigheid op zich! Ga je winkelen, zorg dan in ieder geval voor een goed gevulde portemonnee. Halverwege de Sint Hubertusgalerij ontspringt de Rue des Bouchers, de meest populaire restaurantstraat in Brussel.

Don Quichotte - Spanjeplein N50 50.798 E4 21.283
Een monumentaal en toch wel prachtig standbeeld van Don Quichotte en zijn knecht Sancho, de geesteskinderen van Cervantes. Het is op een dermate hoge sokkel geplaatst dat men er onmogelijk bij kan, en dat is dan meteen brute pech voor vandalen en graffitispuiters allerhande.

Het kan bijna niet anders dan dat Sean Connery model heeft gestaan voor de ridderfiguur. Pancho daarentegen lijkt sprekend op onze vriend Fred, maar dat doet hier natuurlijk niets terzake…

Niet alleen mooie geveltjes op het Spanjeplein, maar ook een standbeeld voor Karel Buls, van burgemeester van Brussel.

Karel Buls N50 50.798 E4 21.283
Charles François Gommaire (Karel) Buls (Brussel, 13 oktober 1837 - Elsene, 13 juli 1914) was een Belgische politicus, het meest bekend als burgemeester van Brussel.
Buls was goudsmid, schooldirecteur en liberaal politicus. Hij was gemeenteraadslid van Brussel (1877-1899), schepen (1879-1881) en burgemeester (1881-1899). Verder was hij volksvertegenwoordiger (1882-1896) voor de Liberale Partij. Hij bouwde in Brussel een Vlaams onderwijsnet van overheidsscholen uit en het Hoofstedelijk atheneum Karel Buls in Laken werd naar hem genoemd.

Buls werd in Brussel geboren als zoon van een goudsmid uit de regio van Mechelen. Karel kreeg een artistieke opleiding en verbleef een jaar in Parijs en negen maand in Italië ter vervolmaking van zijn opleiding. Naast zijn moedertaal, het Nederlands dat hij niet echt vlot sprak, sprak hij ook nog Frans, Engels, Duits, Italiaans en Latijn.

Beeldhouwer Henri Lenaerts maakte naar aanleiding van de 150ste verjaardag van de geboorte van Karel Buls, dit standbeeld op het Agoraplein. En zelfs op zijn standbeeld komt hij van de sokkel om bij u op de bank te zitten.

We kunnen het niet laten. Voordat we de wandeling gaan afsluiten met een etentje in een van de vele restaurants in de rumoerige straatjes, lopen we nog eenmaal over het prachtige plein om te genieten van al dat moois.

Na het etentje keren we via de Koninklijke Muntschouwburg en de Oude Graanmarkt terug naar de parkeergarage.

Beenhouwersstraat N50 50.880 E4 21.204
Deze straat in het centrum van Brussel draagt net als vele andere straten in dit deel van de stad nog zijn Middeleeuwse naam. Deze gezellige voetgangerszone is vandaag de dag nog rijk aan schitterende 17e eeuwse trapgevels en staat bekend als "de buik van Brussel". Het is namelijk bezaaid met toeristische restaurantjes waarvan het ene dagmenu volgens de propper nog voordeliger is dan dat van de buurman. Er zijn diverse keukenstijlen vertegenwoordigd met een sterk wisselende kwaliteit. Maar een heel spektakel is het zeker! Er worden aan de lopende band op amusante wijze toeristen naar binnen gepraat en verschillende restaurants pakken hiervoor ook uit met uitgebreide viskraam voor de deur. Niets wordt aan het toeval overgelaten om je over te halen voor een dagmenu. Wil je in dit gebied gaan eten, dan raden wij je aan dat bij Chez Léon te doen. Dit is een vertrouwd adresje waar je al decennia lang heerlijke visgerechten kunt nuttigen.

Koninklijke Muntschouwburg N50 50.990 E4 21.226
De huidige Muntschouwburg is niet de eerste zaal met deze naam; die werd in 1700 geopend op de plaats waar voorheen een muntslagerij stond, vandaar de naam "De Munte". De architecten waren Paolo en Pietro Bezzi.

In het begin van de negentiende eeuw bouwden de Franse machthebbers een nieuw theater achter de eerste, bouwvallig geworden, schouwburg. Architect was de Fransman Louis-Emmanuel Aimé Damesme. Na de val van Napoleon, werd het gebouw door het nieuwe bewind gewoon afgewerkt. Deze schouwburg werd in 1819 ingehuldigd.

In 1830 werd er de opera "De Stomme van Portici" van Auber opgevoerd, die een rol zou spelen in de Belgische onafhankelijkheidsstrijd.

Tussen 1819 en 1855 werd het interieur van de opera meermaals volledig heringericht naar de smaak van de tijd, door architecten, cq. decorateurs, zoals Séchan, Gineste en Philastre.

In 1855 werd het theater door een brand verwoest. Buiten de vier buitenmuren en het portico, bleef er van het gebouw niets over. De wederopbouw gebeurde onder leiding van de architect Joseph Poelaert. In 1985-'86 is het gebouw onder leiding van theater directeur Gerard Mortier uitgebreid, gerestaureerd en gemoderniseerd.

We lopen door de Galerie Anspach – in moderne stijl – verder.

Zwarte Toren N50 51.054 E4 20.970
Een wachttoren, een overblijfsel van de eerste stadsomwalling, omstreeks 1200 gebouwd in opdracht van Hendrik I en opgetrokken in rode baksteen. De toren was waarschijnlijk sinds de bouw van de tweede stadsomwalling in particulier bezit en werd in de 16de eeuw aangepast tot woning, toen gekend als het huis "Den Toren".

Nog later werd hij een onderdeel van de herberg "In den Toren", geïntegreerd in de omringende bebouwing en vergeten. Tijdens de saneringswerken van de Zwarte Lievevrouwwijk, in 1887, werd de toren ontmanteld en door toedoen van burgemeester Karel Buls van de slopershamer gered. De stadsarchitect Pierre-Victor Jamaer zorgde voor een grondige restauratie in de jaren 1888-1889, volgens een, zonder twijfel, zeer persoonlijke visie van de middeleeuwse architectuur. De toren speelde ooit nog een rol in een stripverhaal van Marc Sleen.
http://www.ebru.be/Streets/StreetsPage.html

Oude Graanmarkt N50 51.009 E4 20.806
De straat/plein ontstond in het midden van de 16de eeuw, na demping van het zuidelijk deel van de zogenaamde Witte Jouffrouwengracht, een vroegere walgracht van de eerste stadsomwalling. Rond diezelfde tijd werd het noordelijk gedeelte omgevormd tot een dok, het huidige Sint-Katelijneplein. Aanvankelijk, vanaf 1563, werd er een veemarkt gehouden, later, vanaf ongeveer 1650, kwam er een graanmarkt, ter vervanging van de markt op het Oud Korenhuis. De huidige benaming kwam er in 1787-1788 na aanleg van de Nieuwe Graanmarkt. De westelijke gevelwand werd hierbij onderbroken door de aanleg van de Moutstraat en de voormalige Jerichostraat. Vooral op mooie dagen doet het pleintje, eigenlijk verbreding van de straat, tegen het Sint-Katelijneplein een beetje Provençaals aan, met zijn vele terrasjes onder de bomen.

Het zeer minerale universum van de Oude Graanmarkt wordt verzacht door de aanwezigheid van bomen en door de 25 meter lange geul in blauwe hardsteen aangelegd door de Stad Brussel en dat als een lint van water over het plein loopt.

De Antoine Dansaert straat is een exclusieve modestraat met vele boutiekjes.

Ja, en zo heb ik u rond mogen leiden in de stad, waar ik zo dikwijls geweest ben en eigenlijk zo weinig van gezien heb, omdat de Europese wandelgangen veelal in moderne kantoorkolossen liggen. Maar pas op, zoals ge ziet blijft ge naar Brussel terug komen…

POI’s

  • Chinees Museum N50 50.846 E4 18.321
  • Sint Goriksplein N50 50.874 E4 20.832
  • Senne - Zenne N50 50.868 E4 20.946
  • Beurs voor Publieke Fondsen N50 50.888 E4 20.994
  • Scientastic – museum Beursplein N50 50.912 E4 20.985
  • St.Nicolaaskerk N50 50.865 E4 21.078
  • Melkmeisje - Boterstraat N50 50.856 E4 21.088
  • rote Markt N50 50.808 E4 21.148
  • Everard ’t Serclaes (Karel Buls straat) N50 50.756 E4 21.085
  • Manneken Pis N50 50.696 E4 20.997
  • Villersstraat N50 50.600 E4 21.066
  • OLV ter Kapellekerk N50 50.489 E4 21.055
  • Vlooienmarkt Vossenplain - Marollen N50 50.221 E4 20.761J
  • ustitiepaleis N50 50.211 E4 21.086
  • Egmonttuin met Paleis Egmont N50 50.291 E4 21.392
  • Egmont en Hoorne N50 50.362 E4 21.408
  • Zavel N50 50.370 E4 21.392
  • De gildebeeldjes - Kleine Zavel N50 50.384 E4 21.378
  • Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Zavelkerk N50 50.419 E4 21.367
  • Koninklijke Bibliotheek N50 50.584 E4 21.265
  • Albertinaplein N50 50.671 E4 21.337
  • Klok – Carillion Kunstberg N50 50.679 E4 21.416
  • Koningin Elisabeth Albertinaplein N50 50.663 E4 21.353
  • Koning Albert I N50 50.657 E4 21.368
  • Kunstberg - ontstaan N50 50.630 E4 21.420
  • Karel van Lotharingen - Museumplein N50 50.573 E4 21.442
  • Museumplein N50 50.554 E4 21.426
  • Paleis Karel van Lotharingen N50 50.584 E4 21.414
  • Koninklijke Musea voor Schone KunstenMuziek en Zang – Kunstberg N51 29.638 E4 19.794
  • Wervelend Oor – Calder Kunstberg N51 29.638 E4 19.794
  • MIM Old England N51 29.638 E4 19.794
  • Godfried van Bouillon N50 50.537 E4 21.566 
  • Art Nouveau – Victor Horta N50 50.648 E4 21.643
  • Warandapark - Paleizenplein N50 50.618 E4 21.729
  • Koninklijk Paleis N50 50.522 E4 21.735
  • Paleis der Natie - Parlement N50 50.811 E4 21.887
  • Sint-Michiels-en-Sint-Goedelekathedraal N50 50.873 E4 21.598
  • Sint-Hubertus galerij N50 50.857 E4 21.307
  • Don Quichotte - Spanjeplein N50 50.798 E4 21.283
  • Karel Buls N50 50.798 E4 21.283
  • Beenhouwersstraat N50 50.880 E4 21.204
  • Koninklijke Muntschouwburg N50 50.990 E4 21.226
  • Zwarte Toren N50 51.054 E4 20.970
  • Oude Graanmarkt N50 51.009 E4 20.806

Geraadpleegde websites
http://www.scheut.be/bezoek/bezoek.htm
http://www.ebru.be/Architectuur
http://www.ebru.be/Architectuur/archsintgorikshallen.html
http://www.kbr.be/collections/cart_plan/ferraris/ferraris_nl.html
http://www.ebru.be/Architectuur/standbeeldenpage.html
http://www.xs4all.nl/~kwanten/nedindex.htm
http://www.ebru.be/Architectuur
http://www.ebru.be/monuments/fontaine-bruxelles-1000-minerve.html
http://www.xs4all.nl/~kwanten/nedindex.htm
http://www.ebru.be/Architectuur/
http://www.ebru.be/monuments/fontaine-bruxelles-1000-minerve.html
http://www.ebru.be/Streets/StreetsPage.html